Human Being @ Risk

Bij uitgeverij Springer is een boek verschenen over Human Enhancement, Transhumanisme en Ethiek, geschreven door Mark Coeckelbergh, docent filosofie aan de Universiteit Twente en managing director van het 3TU Centre for Ethics and Technology.
In zijn boek gaat Coeckelbergh vooral in op kwetsbaarheid en de relatie tot technologie. Ik zou het graag eens willen lezen, maar dat zal moeten wachten tot het boek beschikbaar komt in een bibliotheek, want het boek is, zelfs in de e-book versie, verschrikkelijk duur: € 83,29 voor de pdf en € 105,99 voor maar liefst 218 pagina's treeware.
Ik zal hier dus het persbericht citeren:

Nieuwe technologische ontwikkelingen gaan gepaard met grote beloftes en roepen ethische vragen op. De laatste jaren is er vaak sprake van het verbeteren van de mens door technologie, zogenaamd “human enhancement”, bijvoorbeeld door de mens genetisch te veranderen of hem “uit te breiden” met electronica. We lijken hard op weg naar een bestaan als “cyborg”: half mens, half machine. Maar mag dat wel? En vooral: wat willen we daarmee bereiken?

Transhumanisten omarmen de nieuwe technologische mogelijkheden en beloven dat we met nieuwe technologie minder kwetsbaar zullen worden, misschien zelfs onsterfelijk. De auteur van dit boek vindt ook wel dat technologie de mens zal veranderen (en altijd al heeft verandert), maar gaat in tegen de idee dat dit ons minder kwetsbaar zal maken – laat staan onsterfelijk. Met zijn analyse van existentiële kwetsbaarheid en hoe die veranderingen ondergaat door technologie laat hij zien dat net onze strijd tegen kwetsbaarheid door middel van technologie steeds nieuwe kwetsbaarheden creëert, waardoor we onszelf en de wereld steeds weer opnieuw transformeren.

Zo lijkt het alsof we door informatietechnologie kunnen ontsnappen naar een risicoloze wereld, maar ons opgaan in electronische netwerken en informatiestromen maakt ons dan weer kwetsbaar voor computervirussen en cyberaanvallen. En misschien kan de wetenschap ons genetisch veranderen, maar als daar dan een “nieuwe mens” uit voortkomt zal die ook weer nieuwe lichamelijke en psychische kwetsbaarheden vertonen. We kunnen onze existentiële kwetsbaarheid niet zomaar opheffen, ons bestaan zelf is een blootgesteld-zijn-aan en onze pogingen om nieuwe schilden te maken creëren steeds weer nieuwe Achilles hielen.

De auteur pleit daarom voor grondige ethische en politieke reflectie over nieuwe technologieën en de nieuwe risico’s en kwetsbaarheden die ze met zich mee zouden kunnen brengen. De toekomst van de mens staat immers op het spel. Bij een dergelijke ethiek gaat het niet om de “objectieve” risico’s van nieuwe technologieën en hoe we deze risico’s kunnen incalculeren en er een “assessment” van maken, maar om de vraag hoe technologie het menselijke bestaan verandert en zou kunnen veranderen. In zoverre we dit al kunnen sturen is het belangrijk om na te denken over wat voor mensen we in de toekomst willen worden.

Voor een meer persoonlijke bespreking van het boek moeten we dan maar wachten op betere tijden, met name waar het de prijzen van boeken betreft. Want transhumanisme is inmiddels mainstream aan het worden en human enhancement is al geen vraag meer naar het "of" maar naar het "wanneer" (het is al begonnen, merk je dat niet?).
Dit boek kan hopelijk bijdragen aan een brede en vooral open discussie, maar dan moet het natuurlijk wel beschikbaar komen voor het alweer achterhaald is, want het gaat hard in de wetenschap.